fbpx
Je Leeft Maar Eén Keer

Je Leeft Maar Eén Keer

Soms zeggen mensen wel eens “Je leeft maar één keer”. Ja dat klopt, en dat is precies waarom het zo belangrijk is om God nú, tijdens je leven op aarde te leren kennen!

Eeuwige Wezens

Inderdaad leven we maar één keer hier op aarde, maar: na dit leven worden we wel geoordeeld[1]. Mensen zijn eeuwige wezens: ze leven na dit leven eeuwig met God… of niet[2].

Juist omdat na dit leven het oordeel komt[1], is de volgende vraag belangrijk:

Hoe kun je nou rechtvaardig, onschuldig en rein voor God staan?[3]

Het verschrikkelijke maar eerlijke antwoord is: dat kunnen we niet. Niemand is zonder fouten in zijn of haar leven[4]. In de ogen van een Heilige en perfecte God, maakt zelfs de kleinste vergissing of misdaad ons onrein. God compleet negeren en niet-geloven is zelfs het grootste probleem[5]. Het resultaat: de hemel mislopen en de eeuwigheid moeten doorbrengen in een vreselijke plaats vanwege alles wat je fout deed in dit leven, verloren zijn in een afschrikwekkende toekomst zonder God[6]…

Enge Verhalen?

…Stop! Wacht!…

Als je denkt dat dit enge verhalen zijn (helaas niet, het is de waarheid) en niet jouw ding… lees dan evengoed door, want er is hoop en goed nieuws! Lees verder over Degene die de ontsnappingsmogelijkheid in Persoon is[7]!

Love Is All You Need

[1]

… zoals het voor de mensen beschikt is dat zij eenmaal moeten sterven en dat daarna het oordeel volgt, …(Hebreeën 9:27)

Maar de HEERE zetelt voor eeuwig, Hij heeft Zijn troon gereedgemaakt voor het gericht. Hij Zelf zal de wereld oordelen in gerechtigheid en over de volken op billijke wijze rechtspreken. (Psalm 9:8-9)

… want Hij komt om de aarde te oordelen. Hij zal de wereld oordelen in gerechtigheid en de volken met Zijn waarheid. (Psalm 96:13)

… want Hij komt om de aarde te oordelen. Hij zal de wereld oordelen in gerechtigheid en de volken op billijke wijze oordelen. (Psalm 98:9)

En ik zag een grote witte troon, en Hem Die daarop zat. Voor Zijn aangezicht vluchtten de aarde en de hemel weg, zodat er geen plaats meer voor hen te vinden was. En ik zag de doden, klein en groot, voor God staan. En de boeken werden geopend en nog een ander boek werd geopend, namelijk het boek des levens. En de doden werden geoordeeld overeenkomstig wat in de boeken geschreven stond, overeenkomstig hun werken. (Openbaring 20:11-12)

God is een rechtvaardige Rechter, een God Die iedere dag toornt. (Psalm 7:11)

… bij de openbaring van de Heere Jezus vanuit de hemel met de engelen van Zijn kracht, wanneer Hij met vlammend vuur wraak oefent over hen die God niet kennen, en over hen die het Evangelie van onze Heere Jezus Christus niet gehoorzaam zijn. Zij zullen als straf het eeuwig verderf ondergaan, weg van het aangezicht van de Heere en van de heerlijkheid van Zijn macht, wanneer Hij zal gekomen zijn om op die dag verheerlijkt te worden in Zijn heiligen en bewonderd te worden in allen die geloven (want bij u vond ons getuigenis geloof). (2 Thessalonicenzen 1:7-10)

Want ook de Vader oordeelt niemand, maar heeft heel het oordeel aan de Zoon gegeven, opdat allen de Zoon eren zoals zij de Vader eren. Wie de Zoon niet eert, eert de Vader niet, Die Hem gezonden heeft. (Johannes 5:22-23)

God dan verkondigt, met voorbijzien van de tijden van de onwetendheid, nu overal aan alle mensen dat zij zich moeten bekeren, en wel omdat Hij een dag vastgesteld heeft, waarop Hij de wereld rechtvaardig zal oordelen door een Man Die Hij daartoe aangesteld heeft. Daarvan heeft Hij aan allen het bewijs geleverd door Hem uit de doden te doen opstaan. (Handelingen 17:31)

[2]

En velen van hen die slapen in het stof van de aarde, zullen ontwaken, sommigen tot eeuwig leven,
anderen tot smaad, tot eeuwig afgrijzen. (Daniel 12:2)

“En wees niet bevreesd voor hen die het lichaam doden en de ziel niet kunnen doden, maar wees veeleer bevreesd voor Hem Die zowel ziel als lichaam te gronde kan richten in de hel.” (Mattheüs 10:28)

“Maar Ik zal u laten zien voor Wie u bevreesd moet zijn: Wees bevreesd voor Hem Die, nadat Hij gedood heeft, ook macht heeft in de hel te werpen. Ja, Ik zeg u, wees bevreesd voor Hem!” (Lukas 12:5)

De HEERE is bekend geworden, Hij heeft recht gedaan. De goddeloze raakt verstrikt in het werk van zijn eigen handen. De goddelozen keren terug, naar de hel toe, alle heidenvolken, die God vergeten. (Psalm 9:17-18)

“Dan zal Hij ook zeggen tegen hen die aan de linkerhand zijn: Ga weg van Mij, vervloekten, in het eeuwige vuur, dat voor de duivel en zijn engelen bestemd is. […] En dezen zullen gaan in de eeuwige straf, maar de rechtvaardigen in het eeuwige leven.” (Mattheüs 25:41 and 46)

En de dood en het rijk van de dood werden in de poel van vuur geworpen. Dit is de tweede dood. En als iemand niet bleek ingeschreven te zijn in het boek des levens, werd hij in de poel van vuur geworpen. (Openbaring 20:14-15)

“En zij zullen de stad uit gaan en zien de dode lichamen van de mannen die tegen Mij in opstand zijn gekomen; want hun worm zal niet sterven en hun vuur zal niet uitgeblust worden, en zij zullen voor alle vlees een afgrijzen zijn.” (Jesaja 66:24)

[3]

Zou een sterveling rechtvaardig zijn tegenover God? Zou een man rein zijn voor zijn Maker? (Job 4:17)

[4]

Voorzeker, er is geen mens rechtvaardig op de aarde, die goeddoet en niet zondigt. (Prediker 7:20)

Tegen U, U alleen, heb ik gezondigd, ik heb gedaan wat kwaad is in Uw ogen, zodat U rechtvaardig bent wanneer U rechtspreekt en rein bent wanneer U oordeelt. (Psalm 51:5)

Zelfs als ik rechtvaardig ben, kan ik geen antwoord geven; mijn Rechter zal ik om genade smeken. (Job 9:15)

Kan men God kennis bijbrengen, terwijl Hij hen die hoog zijn, oordeelt? (Job 21:22)

[5]

Wie in Hem gelooft, wordt niet veroordeeld, maar wie niet gelooft, is al veroordeeld, omdat hij niet geloofd heeft in de Naam van de eniggeboren Zoon van God. (Johannes 3:18)

[6]

Ga binnen door de nauwe poort, want wijd is de poort en breed is de weg die naar het verderf leidt, en velen zijn er die daardoor naar binnen gaan; maar de poort is nauw en de weg is smal die naar het leven leidt, en weinigen zijn er die hem vinden. (Mattheüs 7:13-14)

“En zij zullen de stad uit gaan en zien de dode lichamen van de mannen die tegen Mij in opstand zijn gekomen; want hun worm zal niet sterven en hun vuur zal niet uitgeblust worden, en zij zullen voor alle vlees een afgrijzen zijn.” (Jesaja 66:24)

Want het woord van het kruis is voor hen die verloren gaan wel dwaasheid, maar voor ons die behouden worden, is het een kracht van God. (1 Corinthiërs 1:18)

Maar in het geval dat ons Evangelie nog bedekt is, dan is het bedekt in hen die verloren gaan. Van hen, de ongelovigen, geldt dat de god van deze eeuw hun gedachten heeft verblind, opdat de verlichting met het Evangelie van de heerlijkheid van Christus, Die het beeld van God is, hen niet zou bestralen. (2 Corinthiërs 4:3-4)

De Heere vertraagt de belofte niet (zoals sommigen dat als traagheid beschouwen), maar Hij heeft geduld met ons en wil niet dat enigen verloren gaan, maar dat allen tot bekering komen.  (2 Petrus 3:9)

En dit is het getuigenis, namelijk dat God ons het eeuwige leven gegeven heeft; en dit leven is in Zijn Zoon. Wie de Zoon heeft, heeft het leven; wie de Zoon van God niet heeft, heeft het leven niet. (1 Johannes 5:11-12)

Want zo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat ieder die in Hem gelooft, niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft. (Johannes 3:16)

[7]

Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Wie Mijn woord hoort en Hem gelooft Die Mij gezonden heeft, die heeft eeuwig leven en komt niet in de verdoemenis, maar is uit de dood overgegaan in het leven.  (Johannes 5:24)

Zij zeiden dan tegen Hem: Wat moeten wij doen, opdat wij de werken van God mogen verrichten? Jezus antwoordde en zei tegen hen: Dit is het werk van God: dat u gelooft in Hem Die Hij gezonden heeft. (Johannes 6:28-29)

En dit is de wil van de Vader, Die Mij gezonden heeft, dat Ik van alles wat Hij Mij gegeven heeft, niets verloren laat gaan, maar het doe opstaan op de laatste dag. En dit is de wil van Hem Die Mij gezonden heeft, dat ieder die de Zoon ziet en in Hem gelooft, eeuwig leven heeft, en Ik zal hem doen opstaan op de laatste dag. (John 6:39-40)